woensdag 16 september 2015

III.


Soms ben ik jaloers op mensen die geen enkele extra gedachte hebben bij dramatisch of ellendig wereldnieuws dan ‘wat erg’, en vervolgens doorgaan met hun dagelijks leven alsof er niets aan de hand is. Het lukt me niet om het daarbij te laten, helaas. Maar wat dan? En maakt het verschil om je er wel druk over te maken?


Crisis: welke waarden willen we hooghouden?


Vanwaar de angst voor het vluchtelingenprobleem? Is de Europese beschaving te zwak om een crisis als deze aan te kunnen?


De belangrijkste bedreiging voor democratische politiek is ressentiment: het veralgemeende gevoel onrecht te worden aangedaan, waarbij meestal één bepaalde groep als schuldige wordt aangewezen, tezamen met handlangers. Het is een sentiment met een democratische dimensie: het gevoel slachtoffer te zijn van ongelijke behandeling speelt een cruciale rol, evenals de onmacht om er iets tegen te kunnen doen (terwijl een democratie dat wel belooft: gelijke behandeling en dat ‘er iets aan gedaan wordt’). Als gevaar heeft het ook een signaalfunctie voor de politieke gezondheid van een samenleving.
Ressentiment, als een combinatie van wrok en miskenning, werkt als een gif. Een gif dat zich sluipend verspreidt. Het is niet (meer) voor rede vatbaar wanneer het diep invreet in het gemoed. Ressentiment introduceert haat en andere vormen van agressie als omgangsvorm jegens tegenstanders, die niet langer als andersdenkenden worden getolereerd (cruciaal voor een democratie), maar worden weggezet als vijanden. Dit wordt met name riskant wanneer het medestanders krijgt en collectieve vormen aanneemt. Politieke partijen die daar geen oog voor hebben en louter gaan voor de rationaliteit van argumenten graven hun eigen graf, en erger nog, dat van de politieke cultuur die zij verdedigen.
Aan weldenkende politici om er rekening mee te houden, willen we in de land blijven wonen met een min of meer gezond politiek klimaat. Frustratiemanagement zou agendapunt moeten zijn, minstens in de afwegingen.


Subjectiviteit. Wanneer je een geregelde/ordelijke samenleving wilt, en ‘wij’ willen dat kennelijk, dan zal ‘men’ moeten zorgen dat burgers zich geregeld/ordelijk gaan gedragen (wat ze kennelijk uit zichzelf niet geacht worden te doen, - of wel?), als subjecten van een orde met een welbepaalde normaliteit. En wat als wij die eis loslaten? Wat voor samenleving krijgen we dan? (Pure anarchie? Maar waarom eigenlijk?) Of minstens de vraag: wat voor normaliteiten zijn allemaal mogelijk, anders dan die welke onze orde normeert?
En wat als levensbeschouwingen (inclusief religies) nu eens een subjectiveringsfunctie hebben?!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten