maandag 28 september 2015

VIII.


God, als naam, een vocatief: het bestaan wanneer we het vieren.


Het bestaan vieren is een vorm van genieten: een genieten van wat ik aantref, in het bewustzijn van de idee van alles, wat dan ook, en dat in volmaaktheid. (Iets vieren gebeurt in het bewustzijn van een idee, en is anders niet mogelijk.)


Gods lof zingen betekent: het bestaan vieren. En ook: vieren te bestaan, als mens. Door het bestaan te vieren, vieren we indirect ons vermogen – al onze vermogens tegelijk – om alles te ervaren en te denken wat we zelf niet zijn, in ik-vergetelheid, en ervan te genieten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten