maandag 28 september 2015

IX.


De idee ‘ontspreekt’ het menselijk vermogen om te denken in termen van kenmerken (die onvermijdelijk algemeen van aard zijn en die elk gegeven overstijgen en tot iets bijzonders maken). Zij fungeren als criteria in het beoordelen van alledaagse ‘dingen’ (inclusief mensen), gebeurtenissen en situaties. Het meer of minder voldoen aan deze criteria impliceert de mogelijkheid van een ideaal: een ‘ding’ etc dat optimaal voldoet. Ideeën blijven evenwel een zaak van taal en denken. Nergens bestaat de idee, behalve in het denken. En alle ideeën worden gekend in een woord, waarzonder zij niet gedacht kunnen worden.


De godsidee is een dynamisch begrip: bepaald oneindig, zonder vaste betekenis, open-ended.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten